Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 168 )

'Mina. Dat was braaf edelmoedig. '

Hoe heette die braave man ? roder. —- Zijn naam was Braaf hart. MrNA. Dien naam verdiende hij volkomen. roder. God heeft zijne braafheid ook niet onbeloond gelaten. Thands bakleedt hij een aanzienlijk ampt in eene groote ftad, en is van alle men. fchen geëerd en geacht. — Nu verder. - Die kleine huishouding was nauwlijks in orde, of er deedt zich voor Karei reeds eene gunftige gelegenheid op, om op eene behoorlijke wijze zijn beftaan te vinden. - Regt tcgen over het huis van Braafharts ouders was eene herberg, waarin dikwerf aanzienlijke perfoonen hun intrek namen. De Herbergier kende Braafhart en geraakte door hem ook, in kennis met den koopman en zijne zoonen. Een zeker vreemdeling hieldt eenige dagen in deze herberg zijn verblijf, en leerde bij die gelegenheid Karei kennen, dien hij dikwerf 's morgens zeer vroeg reeds bezig zag, het zij met lezen cn fchrijven, of met andere dingen, en dan ontdekte

hij vaak, dat hij zeer droefgeestig moest zijn. ■

Dit kwam hem zo bijzonder voor, dat hij bij den Herbergier onderzoek deedt naar dezen jongeling, Thands werdt hem de geheele gefchiedenis van de rampen, waar mede dit huisgezin hadt te wor-

fte»

Sluiten