Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 21 )

die knaap zich doorgaands zeer wel gedroeg, en niet met opzet kwaad doen zou.

En wat gebeurde er met Frans, die vol angst en vrees op zijn kamer wachte, tot dat zijn vader hem zou laten roepen? — Hij wierdt beltraft. — „ Och! die arme jonge!" — Neen, kinderen! Gij doet niet wel, dat Gij hem beklaagt, voor dat Gij weet, welke ftraf hij kreeg. Kunt gij vermoeden, dat zulke verftandige Ouders hun kind onregtvaardig behandelen zouden ? Hoort, wat de Vader te* gen hem zeide, toen hij hem wederom hadt laten roepen. — Gij, mijn Zoon! erkent zelf, dat gij hebt misge'ast, want gij hebt, in weerwil van ons uitdrukkelijk verbod, in de tuin met fteenen geworpen , en daar gij dien armen man fchade hebt toegebragt, handelt gij daarteboven zeer flegt met u te verbergen. Waartoe moest dit dienen, —. dan om u zelf te bevrijden, en een onfchuldigen te doen lijden; — is 't niet zo?

Frans wilde zich verdedigen, doch de Vader vervolgde; —

Ik wil wel gelooven, dat dit niet regtftreeks uw oogmerk was, evenwel ziet gij wel, denk ik, dat dit het gevolg van uwe dwaasheid was? dat juist daar door een onfchuldige in uwe plaats wierdt geftraft ? Het is zo, gij hebt, reeds aanvanglijk, u zelf belhaft ; daar gij eene geheele nacht in de B 3 groot-

Sluiten