Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 83 )

zich bij onweder vooral moet in acht nemen , om niet te na bij ijzer te komen: is dat zo?

Leerm, Ook dit is niet ten eenemaal ongegrond — ijzer en alle metaalen trekken den blika fem tot zich. Ik kan U dit niet zo duidelijk uitleggen , en de reden daarvan opgeven , als ik wel wenschte. Genoeg, indien men zich flechts naar deze waarnemingen richt.

Landm. Dat hoop ik altans in 't vervolg te doen. Ik zeg U hartlijk dank voor uw onderwijs. Maar waarom is de jonge heer toch zo vreesagtig?

Het onweder is immers ras voorbij. QNaar

buittn gaande) O! hoe aangenaam is de lucht, alles is door den regen en het onweder verfrischt.

Leerm, (in fiike tegen Guflaaf) — Zie eens, hoe deze ongeoefende landman U befchaarnd maakt. —- Hoe bedaard en opgeruimd is hij, en hoe angst* vallig zijt gij. — Vraag hem toch eens, waarom hij.niet meer bevreesd is? . . .

De Landman badt deze laatfte woorden gehoord, en binnen komende, zeide hij tegen Quflaaf: —hoort, mijn lieve jonge Heer, ik denk altijd, wie eene goede Confcientie heeft, behoeft nooit te vreezen. Wil de lieve God, dat ik fterven zal, dan kan hij zo wel toelaten, dat ik van de blikfem getroffen worde, als dat ik aan de eene of andere ziekte fterve. En wil hij dat niet, dan zal ook F 9 de

Sluiten