Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dronken meisje zij. Misfchien heeft de broeder van

mijn vriend ook aan dat meisje gedacht. — Zië

daar, Mina, was er ook in deze fpookhiftorie niet

iets, dat waar was? Mina. Gij gelooft dan toch ook, lieve Groot.

vader! dat dezelve niet ten eenemaal verdicht is?

Grootv. Neen, ik geloof niet dat dezelve verdicht is. Die man, en nog honderd andere met hem, kunnen deze vrouwlijke gedaante, in 't wit gekleed, gezien hebben — maar of het juist een

fpook was , dat is daarom nog niet bewezen. .

Wij zullen het terftond hooren. — Het gerucht van deze fpookhiftorie breidde zich, zo fpoedig en met zo veele bijvoegfelen, uit, dat geen mensch het meer waagde, om 'snachts in dien omtrek te wandelen. Ook de fchildwagt, die bij den ingang van dit plaatsje ftondt, kroop van benaauwdheid in zijn fcbilderhuisjen , zo ras hij de klok elf uure hoorde flaan, want dan pleegde het fpook niet meer verre af te zijn.

Hend. Had die ftad dan geen poorten?

Grootv. Het is geen ftad, maar flechts een vlek.

He nd. En waarom lagen er dan Soldaaten?

Grootv. Het is een vlek, waar zeer veel handel gedreven wordt, en aan zee gelegen ; en om dus alle ongeregeldheden voortekomen ligt er Garnizoen.

Loiu-

Sluiten