Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het geurige Viooltjen Bloeit in den koelen morgen, Zo zagt, en zo bekoorlijk: Verfchuilt zich op de velden; Dan zoekt het lieve meisjes, Bij 't vallen van den avond, Dien lieveling , maar zij vind niet Het geurige Viooltjen.

Nog is er toch een bloemtje

Dat altoos bloeit en groen is,

Gelukkig is de fterfiïng

Wiens hand dit bloeintjen vast houdt,

In eeuwig fhsfche lente ,

In onverwelkbre fchoonbeid

Vervl:egcn zijne dagen,

En 't bloemtje blijft fteeds bloeijen.

„ Dit ovcrfchoone roosje ,

„ Zal ik dees middag plukken,

„ Wen ik zal wederkomen,"

Zei, 'smorgens, fchoone Philis,

Zij kwam, en plukte 't roosje,

Maar, ach! 't was reeds aan 't kwijnen,

De bladeren verflensten,

Daar viel het fchoone roosfe.

na-

Sluiten