Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 202 )

hiet te mind* om, integendeel dreef hij wel eens den fpot met zijne eigen minderheid, maar beloof, de telkens , bij eene volgende gelegenheid, met meerder ijver hen te zullen overtreffen. — Hier aan voldeedt hij ook. Spoedig overtrof hij in de kunst van rijden , jaagen, en andere oefeningen, alle zijne medemakkers. — - Tot dus verre hadt Astyages hem laten jaagen in eene Diergaarde.

Louize. Wat is dat Grootvader?

Grootv. Eene Diergaarde is eene groote uit^eftrektbeid lands met boomen beplant en van rondsom befloten, waarin men eenige dieren plaatst, die daarin vrij op en r.eer lopen, naar welgevallen, en welke Diergaarden wel eens zo uitgeftrekt zijn , dat men daarin eene kleine jagt kan houden. — In zodanige befloten plaats hadt Cyrar tot dus verre zieh in het jaagen geoefend ; Astyages hadt daarin een genoegzaam getal vee doen bezorgen. Doch nu begeerde Cytus op 't open veld te jaagen. — M^t fchroom gaf hij dit aan zijn Groot "ader te kennen — want hoe ouder hij Wierdt, hoe meer zijne vrijmoedigheid wierdt beteugeld , vooral omtrent perfoonen van meer jaaren , of hooger rang. — Eindelijk ftondt Aityages hem dit tce. Zij) Oom Cyaxares nam hem met zich. Men onderrechte hem, welke dieren gevaarlijk

Sluiten