Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE STUK. 107

genen, is die niet een gemeynfchap des bloets Christi ? Het broot dat wy breken is dat niet een gemeynfchap des lichaems^Christi ? Wint een broot [is het, foo] zyn wy vete een lichaem : dewyle wy alle _ eenes broots deelachtig zyn.

1 Joh. 4. 9. en 11. Hier in is de liefde Godts tegen ons geopenbaert, dat God fynen eenighgeboren Sone gefonden heeft in de werelt, op dat wy fonden leven door hem. — Indien Godt ons alfoo lief heeft gehadt, foo zyn ook wy fchuldig malkanderen lief .te hebben.

Het is goed, en zal met groot voordeel voor den aanwas in de Christelyke rechtfchapenheid gepaard gaan, wanneer men, eer men het nachtmaal geniet, zich naauwkeurig beproeft, of men hetzelve ook genieten wil om dat oogmerk te bereiken, 't welk Christus bedoelde, toen Hy het nachtmaal inftelde'? en hoe men, over 't

geheel, als een belyder van Jefus en zyne leere, tot hiertoe gezind geweest is, en gewandeld heeft ?

Wanneer men, aan het nachtmaal deelneemende, het waare oogmerk in't geheel niet heeft, maar wel eenig ander onwaardig

oog-

Waarom, en in hoeverre, is het goed, dat men zich beproeve eer men het nachtmaal geniet?

Wanneergenfet m;n het nachtmaal, in den eigenjykften zin,on waardig?

Sluiten