Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 9 )

Fn wanneer gij God, de Vader van alle natiën, die u na zijn beeld gefchapen heeft en uw mede, r^nsch als uw natuurgenoot gehandeld zult hebben volgens de zedelijke Wet; alle dingen dan c'e êii wilt dat u de menfehen zoude doen, doet gjj hen ook alzoo; dit is de gaufche Wet en de

■ ^ndelfik, het is onkunde dat de mensch van natuure geneigt is God en zijn naasten te. haten. De menfehen zijn zoo flegt niet; wij zijn in handen gevallen die ons dit leerde. Indien de menfehen geleerd was, dat hij geen mensch om zijn oevo-len moest hacen, de Maatlehappijen hadden nooit"zoo veel menfehenhaaters opgeleverd, en "daar zou meer liefde onder het menschdom zijn. Oeffent u dus een goed boekman te worden; de Eübel is een goed boek. Lesfen van onzen grootcn Meester verdienen achting bij alie Vvijsgeeven én menfehenkenners. In één woord , volgt de vernuftige lesfen, en vergader u nut uit de fetteroeftening. Waar aan gij twijffelt moet g.j niet peloven ; de wijsheid in de Godsdienst kunt 'ei\ in geen dag, in geen maand, maar door tijd ea vlijt verkrijgen. Ziet uit uw eigen oogen, (iaat niet bij Geestelijken , die ftaan te droomen; maar bij mannen die de kundigfte in nw Maatfchappij zijn; dan kunt gij met ongelukkig op de waereld, maar gelukkig zijn.

TWEEDE A F D E E L 1 N G.

over de pl1gten van den regent

en zijn Broeder.

Daar is geen Maatfchappij die beftaan kan daar zeen vecht plaats heeft ; de Rechten van den Mensch, zijn de Wetten van de Vader van alle menfehen; en elk mensch, wie hu, is, behoord die te eerbiedigen. Daar men God een tonderA > lij K©

Sluiten