Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

MAKELAAR

OP DE

J A G T3 enz.

Zedert langen tyd had de Heer van de Lustplaats Amsteldyk opgemerkt, dat, hoe oplettend zyne Duinmeijer en Koddebeiers ook waren, 'er des nicttegenftaande 's nagts veel op 't wild wierd geloopen; dat dit niet alleen door Jonge Knaapen, die het alleen op de Vinkenbaan gemunt hadden , om zig, by gebrek van grooter wild te kunnen fchieten, of liever, uit hoofde, dat' het hun mangelde aan geld of andere vereischtens , om zelve een Vinkebaan te kunnen aanleggen en onderhouden, hier mede te vermaaken en hunne lust tot de Jagt eenigermaate te voldoen, wierd gedaan; iets het geen de Heer, hoe zeer hy 't niet kondegoedkeuren , aan de wulpsheid der jeugd, zo lang zy het niet te erg maakte, fcheen te willen toegeeven, immers oogluikende laaten pasfeeren, maar hy wierd vervolgens ook ontwaar, dat A 3 diC

Sluiten