Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 88 >

neder werpt, en de geheele hel op de vlugt jaagt? — Ha! ja, ik weet het, welnu, zoo is het, dat vermoeid niet, ik zou meer houden van die manier, dan die, van met de vuist te vegten; maar ik bedenk, daar, byzonder, eene zaak. Het is licht, om ons nu te kunnen geleiden , ik herken onzen weg, vertrekken wy, vinden wy Babet weeder, gy zult my uwe gefehiedenis, al reizen, de, verhaalen, dat zal den weg verkorten; dat moet wel zonderling zyn. — De opperleermeester vond den raad zeer goed, borg den beeker, befteeg zyn paard , en het op een klein drafje zettende, vervolgde hy alaldus'; „Terwylgy wel en gerust fliep, hen ik zelf „ weezen kloppen aan de deur van die . abtdy; een monnik verfcheen. Hy droeg . „ een wit kleed. Ik zeide hem, dat ik af„ gemat j verdwaald, en uitgehongerd was; : „ ik vroeg hem, met onderdaanigheid en al , „ de befpaaringen, die eene weigering kun„ nen voorkoomen, om herberging. De 3, godsdienstige ontilng my beleefddyk, zei-

Sluiten