Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•C 108 >

raaal verwekt by hem niet eens het ligtfte glimplachje. Zyn neevelig voorhoofd, zyn gedraaid cn ftaarend oog verdryven het aanzien. De patrys met roode voeten, en fchoone paauw treffen hem niet, de zwaan bepaald zyne aandagt niet. Hy heeft geen verlangen; moet men er zich over, verwonderen ? ziet gy niet, dat hy gereed is , om zyn maa} yan den voorigen avond uittebraaken? Het tooneel, de fpeelcn, de dansfen kunnen hem niet beweegen. Al het goud van Lydien ? den Taag, en den Hermus zullen zynen dorst niet fiillen: Het is niet genoeg, dat hy de rykfte van den ftaat is, hy veriangt cr de meester van te zyn. Zyn hart is aan de heeyige beeten der zorg ten prooije: de vrees en hoop dfyvün neni s beurtelings, hy heeft rondsom zjch geen enkeld weezen, waar hy zich aaïi vertrouwen kan. Hy bemind geen mensch, hy word van geen.menseh bemind. Hy droomd niet dan van verraad, en vreest, elk oogenblik , vergeeyeii te zyn. De hopyaardy, haat en grampfchap ontfteeeken zyn

bloed;

Sluiten