Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. II?

ALONZO.

Als ik u wél verftaa, fchoone Vrouw! dan rekent gy op eenen dank, dien Alonzo u niet geeven kan. Ik ben gehuuwd.

ELVIRA.

Met een heidin.

ALONZO.

Dat zy zo! Zy is myne gade, en de liefde alleen is het, die onder ieder luchtftreek den huwelyksband heiligt.

ELVIRA.

Beaudwoordt zy met gelyke trouw uwe tederheid ?

ALONZO.

Slechts met gelyke trouw? — Donna Elvira kent haar Sexe, onnavolgbaar in liefde en in haat.

ELVIRA.

En met dat al wilt gy haar tot weduwe maaken?

ALONZO.

Myn noodlot en het haare ftaan in Gods hand.

ELVIRA.

Zo fpreekt een ieder, die niet vry kan handelen. Hebt gy kinderen?

ALONZO.

Eén pand der zuiverfte liefde.

ELVIRA.

En dat pand wilt gy tot een weesje maaken?

H 3 • ALON»

Sluiten