is toegevoegd aan je favorieten.

Brieven van eenige Portugeesche en Hoogduitsche jooden, aan den heer De Voltaire.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 158 )

den zal hebben, en dat dit geene wellustigheid, of grilligheid,zyn zal, maar dat hy iet fchandelyks aan haar gevonden heeft (*).

Ons is bekend, tot hoeverre, in laatere tyden, onze Oplosfers van Geweetensgevallen, omtrent dit ftuk, de flapheid (f), en het Volk de ongebondenheid uitftrekten. Maar dit waren misbruiken, tegen welke de verftandigen zich aankantten. Cy nu zegt,zeide de Propheet Malachia, in den naam des heeren, waarom [de heere het Spysoffer niet meer aanfchoiiwt.~]

Daar-

(*) Dit fchandelyke, of dit gebrek, opzigtlyk op de wyze van denken van den Man, konde in zich zelf gering zyn. Van hier dat eene Vrouw niet gefchandvlekt wierdt door de Echtfcheiding; en zy konde gemaklyk een anderen Man vinden , vooral in een Land, daar dc Veelwyvery in gebruik was. De Uiig.

(f) Twee gevoelens hielden toenmaals de Joodfche Leeraars en hunne Schooien verdeeld. Zommigen beweerden, dat de Man, om zyne Vrouw te verftooten, gegronde redenen moest hebben , minder fterk dan het Overfpel; doch , egtci "ewbtig. Anderen hielden ftaande, dat hy haar kon verftooten, om allerleie oorzaak, zelf, zeiden ze, om dat zy het Vleesch te gaar gebraaden hadt, of om dat zy niet fchoon genoeg was. Dit was het gevoelen van den vermaarden h nlel, en van de Pharifeeuwen, zyne Leerlingen. Deeze waren het, welken j. crristus, dien zy op de proef wilden ftellen, en de Wet van Mofes tegenwierpen , antwoordt, dat het van den beginne alzo niet geweest was ; en dat wie zyn Wyf verlaat, anders dan om hoerery, en een ander trouwt, overfpel doet, en die de verlaateuc trouwt, ook overfpel doet. Matth. XIX. 8,9. De Christ.