is toegevoegd aan uw favorieten.

De rede en haar gezag in den godsdienst, briefswyze voorgesteld door Paulus van Hemert, aan [...] Gisbertus Bonnet.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 155 )

neme, wanneer ik zeg, de rede is niet bedorven; en in welk eene betekenis, wanneer ik uit deze ftelling afleide, dat de rede in den Godsdienst gezag heeft?

Wat de eerste ftelling betreft, hier , zegt U H. G., kan het woord rede niet betekenen de voorwerplyke: over deze is geen gefchil ten aanzien van hare bedorvenheid of onbedorvenheid. U II. G. ftemt derhalve ook toe, dat de rede, in dit opzicht, hoewel, volgens uw oordeel, niet genoegzaam , om eenen mensch tot zaligheid te brengen, echter gaaf en onbedorven is; en beftuit te recht, na alvorens uw ftelfel over de ongenoegzaamheid der rede tusfehen ingevlochten , en de noodzaaklykheid van buitengew'oone openbaringen, zelfs onrniddellyk na 's menfchen fchepping, beweerd te hebben, dat ik , in myne eerste ftelling, de onderwerplyke rede alleen kan bedoeld hebben,

Dan, in myne tweede ftelling , meent U H. G. reeds eene fout ontdekt te hebben, welke oorzaak zyn moet, dat het ganfche gebouw in duigen valle. Hier heb ik, uwes achtens, het woord rede in eenen anderen zin genpmen, te weten, voor de voorwerplyke rede. Is dit zoo: heb ik, in de eerste ftelling, aan de onderwerplyke, in de tweede, aan

de