is toegevoegd aan uw favorieten.

De geest der Nederlandsche dichters

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(101 )

Hij fprak: weet gij mij ook te wijzen De heirbaan naar de naaste ftad? Het onheil bragt mij op dit pad. Hier meê begint hem 't hair te rij-zen. Het wijf ziet op — en grimlacht hem eens aan, En laat zich daarop wakker booren: Mijn waarde Dochter, kom te vooren, (3a heen en .wijs dien man de rechte baan-

Juist hoort hij een portaaldeur kraakeu, 'Er komt een Maagd met flauwe fchreên, Nog jong, maar ongedaan, zoo 't fcheen, Het hoofd behangen met een laken. Volg flegts de Maagd; dus fprak de monfter - vrouw. Do SALT, vol duchten en vol zorgen, Veranderde als de vroege morgen, Nu rood, nu bleek, en wist niet wat hij zou.

Doch naar den aard der grootfche zielen, Gefproten uit een edel bloed, Verflauwt de bloóheid voor den moed, Hij volgt het Maagdsken op de hielen: Zij treden af, bij donkren maanefchijn, Langs negen blauwe fteenen trappen, En zijn, genoegzaam twintig flappen Of daar omtrend, gevorderd op het plein 5

G i