Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 264 )-

geleid. Hier deelt men elkander zijne gefmaakte vreugd mede , en geniet dezelve , daardoor , andermaal. _ Hier roemt men groote , edele daaden , door den deugdzaamen verricht en boezemt anderen de geneigdheid en het voornemen in , om even zoo te handelen. _ Hier berispt men, met tegenzin, de gebreken des roekeloozen , en verwekt afkeer van alles , wat de Menfchen onteert en ongelukkig maakt. — Hier heft men een vrolijk lied aan , en leidt de goede gewaarwordingen des harten tot onfchuldige vreugd. _ Hier fpreekt men van God, van de blijken Zijner wijsheid en goedheid , en wordt geheel aanbidding, geheel dankbaarheid. — Dit alles beeft de Mensch aan het voorrecht der fpraake te danken.

En wat zouden onze vriendfchaplijke vereenigin. gen en de naauwfte verbindrenisfen des leevens zijn, zonder het groote en onwaardeerbaare gefchenk der fpraak ? Eene begeerte , om zich medetedeelen , zonder uitwerkzel , een verlangen, om te genieten , zonder voldoening. — Door het vermogen der fpraak ftorten zich de gewaarwordingen , de wenfehen en gedachten van de eene ziel in de andere. Döor de fpraak kunnen wij onze Vrienden, en onze Vriendinnen de hoogachting , liefde en tederheid , welken ons hart voor dezelven gevoelt, uitdrukken, en te kennen geven: kunnen wij hun zeggen, hoe gelukkig wij ons gevoelen , van hun hooggefchat en bemind te worden: — dan eens, hooren wij van onzen Vriend, of van onze Vriendin , de zagte betuigingen van hartlijkc dankbaarheid,

Sluiten