is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte Latynsche spraakkunst of grammatica voor de schoolen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de Perfoons-uitgangen van het Verbum. 221

ven, deel nemen kunnen of willen, gelyk hiric videmus hier uit ziet men : non decet ea vituperare , quae non ïntelligamus het geen men niet verftaat. 4) Ook de tweede Num. Singularis , gelyk : ft vis fieri doiius, debes cet. als men enz. Byzonder by den Infinitivus , gelyk: non decet ea vituperare, quae_ non intelligas: non decet ea alios docere, quae non didiceris.

§• 2.

Van het Numerus van het Verbum.

Dat het Numerus van het Verbum zich naar het Numerus van den Nominativus des Subje&s fchikt; dat dikwils agter de Cdleftiva het Verbum in Plurali ftaat ; B. v. turba ruunt: dat de Ouden fomtyds het Numerus van het Verbum naar het Praédicaat gefchikt hebben, B. v. amantium irae amoris integratio eft, dit alles is breder boven Afdeel. 4. §. I. aangetoond.

§• 3-

Van de zogenaamde Genera Verborum.

Dat by de Tranfitiva (Activa'), ook fomtyds by de Intranjitiva (Neutra) een Accufativus ftaat, is boven Afd. 7. §. 3. s?elperd. Men merke nog aan:

1) Het Tranfitivum ftaat zonder Cafus , als er geen nodig is, gelyk amat hy bemint, is verliefd: Cur non fcribis?

2) Sommige Tranfitiva ftaan fomtyds Paffive of reciproce, B. v. Liv. iam verterat fortuna , feil. fe, of verfa eft: Caef. hyems iam praecipitaverat, fc. fe.

3) Dat de Participia perfeBi Temp. van veele Deponentia fomtyds paffive ftaan, is boven in het I. Deel Hoofdft. 3. Afd. 5. aangemerkt.

§• 4Van de Tempora.

Hier merke men aan het regte gebruik en de regte rangfehikking der Tempora:

I. Van