is toegevoegd aan uw favorieten.

Het vijfde en drie volgende hoofdstukken uit Paulus brief aan de Romeinen, verklaard.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VlÜ. HOOFDSTUK. §f

s, doen, het geen Gode behaagelijk is." Hier heeft wederom eene verminderende wijze vari fpreeken plaats , door welke meer beteekend dan gezegd wordt. Paulus wil zeggen : „ die in den vleefche zijn , verkee„ ren in eenen zoodanigen toeftand, dat zij », noodwendiglijk voorwerpen zijn van Gods „ mishagen en toorn." De waarheid van deeze uitfpraak blijkt uit het verband, in welke dezelve voorkomt; gelijk in het vervolg blij. ken zal.

Bij tegenftelling tegen deezen zedelijkeri toeftand der ongeloovigen , befchrijft Paulus de hoedanigheid van dien, in welken de Romeinen verkeerden. Hij zegt:

Doch gijlieden zijt niet

in den vleesche, maar in

den Geest, zoo andeks de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest* van Christus niet heeft*

die komt hem niet toe.

Paulus doet hier - een toeëigenend voor, fte - een leerftellige uitfpraak. Het eerllé ftuk ,s vervat in deeze woorden: Doch gij. lieden zijt niet in den vleefche, maar in dert Geen, zo anders de Geest Gods in u woont,

. 111 deel- g wa£