is toegevoegd aan uw favorieten.

Het geestelijk rituaal der vrijmetselaren onder het Groot-Oosten der Nederlanden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft in zichzelven ontdekt het Goddelijk Licht, uitgebeeld in den Winkelhaak der kleine Lichten, het Licht dat hem zal oprichten uit het stoffelijke; hij weet dus dat in iederen Ruwen Steen een Kubiek verborgen is, hij is begonnen met de werktuigen ter hand te nemen om uit zijn eigen R.\ S.\ dat Kub.\ te vormen.

Deze zware arbeid is een werk der reinheid (witte handschoenen), hij arbeidt voor het eerst aan de veredeling van de stof (Tubal Kain), hij weet dat achter den vierhoek van het stoffelijke de driehoek van het geestelijke verborgen is (schootsvel), hij zal niet ontrouw worden aan zijn plicht (halsteeken), hij weet dat uit de vereeniging van W.\ en K.\ de goddelijke S.\ geboren wordt (aanraking). En zijn werktuigen zijn daarom die van maat-^ houdende Wijsheid (24-deelige maatstok) en van Kracht (spitshamer, bij ons gesplitst in hamer en beitel); andere werktuigen heeft hij thans nog niet, hij zal ze in den tweeden graad leeren kennen.

Maar hiermede zijn de lessen van den eersten graad niet volkomen; er is nog veel dat hij moet leeren. Daarom dient aan de receptie een catechismus te worden verbonden, die voor hem de verschillende begrippen ordent en hem bijbrengt wat hij van den eersten graad nog niet weet, terwijl hij ook een inzicht moet krijgen in de beteekenis van het Tableau dat voor hem ligt uitgespreid.

Zoo men meent dat die catechismus beter wordt gegeven in een afzonderlijken instructie-avond, als men te veel symboliek op één avond vreest, is dat uitnemend te verwezenlijken. Maar de catechismus is per se noodig als aanvulling van de receptie en dit geldt niet alleen voor den eersten graad maar ook voor de volgende.