is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de geschiedenis van de vrijmetselarij in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Laat br.-. Frederik door derden geinspireerd zijn, hij heeft daarmede in elk geval een goed stuk werk voor zijn tijd opgeleverd.

Omtrent het Rozenkruis vond br.-. Frederik, dat het geen ruimte toeliet voor alle menschen van elke godsdienstige gezindte, en daarom deed hij het voorstel, op het Hoofdkapittel van 31 Mei 1819, om twee vragen te onderzoeken, die daarop betrekking hadden.

Daarover is heel wat geschreven, een rapport van een daarvoor benoemde commissie, den 2 en 3 October 1819 te Leiden samengesteld, zag het licht.

Br.-. Frederik was ontstemd over dat rapport, dat hem in het ongelijk stelde. Hij gaf daartegen een teekenpl.-. uit, s-Gravenhage dd. 24 Januari 1820, waarbij gevoegd was een circulaire dd. 27 Januari 1820 (zie bijlage E), benevens drie bijlagen als: A. de Teekenpl.-. van 25 April 1819 hierna te melden, B. Rituaal der Uitverkoren Meesters Y.-. M.-., C. Rituaal der Opperuitverkoren Meesters Y.-. M.-.

Bij die teekenplank zijn eene groote menigte noten gevoegd, die het lezen en raadplegen van dat stuk niet gemakkelijk maken. Eenigszins heftig is die teekenplank gesteld. Zij werd in boekformaat uitgegeven.

Yeel, wat tot de oude ritualen van het Rozenkruis behoorde, werd daarin door br.-. Frederik vermeld, waartegen protesten niet uitbleven.

\ oora I, reeds den 25en April 1819, had br.-. Frederik uit Brussel eene circulaire verspreid (zie bijlage F), daarbij kennis gevende van zijne veranderde zienswijze en welke voornemens hij had, benevens eene begeleidende teekenplank van dienzelfden datum, verzonden den 9 Mei 1819 (zie bijlage G).

In de gemelde teekenplank van 24 Januari 1820 werd kennisgegeven van de toezending van eene verklaring, door de bbr.-. te teekenen, teneinde zich te verklaren ten aanzien van den graad van S.-. P.-. van het Rozenkruis en de graden van O.-. U.-. M.-. Deze verklaring is den 20 Maart 1820 ook ver-