is toegevoegd aan uw favorieten.

Mensch, God en onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

73* De oorsprong van het huwelijk van neef en nicht in wisselverwantschap 150

74. De mensch geen automaat 156

75. Wetten nooit volkomen nieuw 158

76. De evolutie der zedelijkheid ............................ 159

77. Onze verplichtingen aan den wilde 161

78. De zuilen der samenleving 162

79. Bijkomstige voordeelen van bijgeloof 163

80. Bijgeloof voor de rechtbank 164

81. Samenvatting van de verdediging. Doodvonnis 166

DEEL III.

DE MENSCH EN HET BOVENMENSCHELIJKE 169

82. De oorsprong van 's-menschen godsbegrip 171

83. Elementair godsbegrip bij vele wilden 174

84. Natuurlijke theologie 175

85. Het tijdperk der magie 189

86. De beginselen van magie 191

87. Negatieve magie 194

88. Magische telepathie 19°

89. Het verbod van beelden bij de Joden............. 196

90. Voordeelen voortspruitende uit het optreden van openbare magi rs 197

91. De bevordering van den magi r 199

92. De werkelijke leiders der menschheid 205

93. Menschelijke goden 207

94. Gedwongen koningschap 209

95. De goddelijkheid van koningen 210

96. De gelijkenis van magie op wetenschap 211

97. De leugen der magie 213

98. Magie ouder dan godsdienst 215

99. De overgang van magie tot godsdienst 216

100. Gevolg van de veranderlijkheid van klimaat op het geloof in magie 220

101. De godsdienst en magie der jaargetijden 224

102. De veranderingen der jaargetijden in de Grieksche mythologie 226

103. De invloed der natuur op den godsdienst 227

104. De schepping der wereld 228

105. De magische lente 229

106. Schoten in den blinde van de magie 234

107. Magische plechtigheden van herdersvolken 234

108. De godsdienstige of magische oorsprong van het drama 235

109. Gewijde drama's als magische plechtigheden .............. 240

110. Oude Saturnaliën 242

ui. Versterkingen van zand 244

112. De steen van Sisyphus 244

113. Opkomst der goden; val der magie 245

114. De vijandschap van godsdienst tegen magie 247

115. Het geloof in de alomtegenwoordigheid van demonen 240

116. Behoedzaam spreken 249