is toegevoegd aan uw favorieten.

Symbolen en mythen in religie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou het procédé plastisch kunnen vergelijken met eene elastieke ballon, waaruit, door den druk der hand, de lucht verwijderd wordt en dan plotseling losgelaten. Ze neemt haar ronden vorm weder aan en vult zich weder met lucht. Natuurlijk is het procédé der inspiratieve gedachte minder eenvoudig, doch daarover behoeven wij ons hier niet verder te bekommeren.

Wij willen nu trachten, zoo goed ons dit mogelijk is, in woorden uit te drukken wat de mysticus in zulk een oogenblik van „extase" ondervindt.

Het is een complex van tegenstellingen, die toch alle in zich volmaakte harmonie zijn. Het onbeschrijfelijk heerlijke gevoel van rust, ja van totale passieviteit gaat vergezeld met een instroomen van verhevene gedachten. Zijn lager zelf zwijgt, zijn „niet-sijn" wordt tot Zijn en zijn „zijn" wordt tot niet-sijn; want het was, — in werkelijkheid, — nooit.

Hij doorleeft één oogenblik — een uur, een dag, eene eeuw, hij zou het u niet kunnen zeggen — van werkelijkheid; hij vond zijn Hooger-Zelf en tegelijk verdween alle maya uit zijn bewustzijn; — het hoogste Bewustzijn kent geen maya.

Hij omhelst de Eeuwigheid, — het Eeuwige Nu.

De in den loop der eeuwen met blindheid geslagene wordt ziende en toch ziet hij niets, — hij „neemt waar", in den uitge-

breidsten, hoewel onvatfoaren zin: het verleden, het heden en

de toekomst in het Nu, dat eeuwig is, hoewel maya hem voorspiegelde dat het Nu slechts een onmeetbaar oogenblik is, — niets meer dan de grens tusschen de slagschaduw eener voorbijtrekkende wolk en de zonneschijn daarnevens.

Juist omdat maya dit beweert, is het omgekeerd.

Doch ook zelfs in zijne hoogste zielsverrukking wordt de mysticus door maya vervolgd; want hij begint ineens zichzelf te zien, staande op een hoog verheven voetstuk, dat een phantastisch landschap is, in onafgebroken wisseling begrepen, — veranderingen die hij als werkelijkheid waarneemt en die hij toch als onwerkelijk weet.

Ware zijn standpunt nog in het „brandpunt der lens" zooals een oogenblik tevoren, zoo zou hij ook nu nog het verleden, de toekomst en het heden in één zien, doch hij staat nu even buiten het brandpunt en ziet dus de drie existenties afzonderlijk, doch veel minder verwrongen dan de met een gewoon menschelijk waarnemingsvermogen toegeruste mensch. De mysticus begrijpt dus nu, dat èn verleden èn toekomst slechts aspecten zijn van het eeuwige Nu, — van de eeuwig zwijgende Godheid, de ware grond van alles, — ook van alle maya.