is toegevoegd aan uw favorieten.

Dodenbezorging en cultuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sommige er zelfs een verhuizing naar een ander land voor over hadden, bleef die bestaan. Een voorbeeld hiervan zijn de Parsi's, die naar Indië de wijk namen.

Toen de Perzen en verwante volken zich op de Iraanse hoogvlakte vestigden, hebben ze waarschijnlijk begrafenis en lijkverbranding beide beoefend. Maar de verbreiding van Zarathoestra's leer deed beide wijzen van lijkbezorging verdwijnen. De aanhangers van deze leer beschouwden de aarde en vooral het vuur als zeer heilig. Men spreekt van de Parsi's zelfs als van vuuraanbidders, hoewel ze zelf ontkennen dit te zijn, maar in elk geval mag er niets onreins met het vuur in aanraking komen. Aangezien een lijk als zeer onrein beschouwd wordt, is zowel lijkverbranding als begrafenis een gruwel in hun ogen. De doden moesten een prooi worden van honden en andere dieren.

Ook in Tibet en Mongolië worden de doden neergelegd om door roofdieren te worden verslonden. De vraag kan worden gesteld, of deze gewoonte van de oude Perzen en Meden is overgenomen en dus een gevolg is van Zarathoestra's leer. Hiertegen pleit, dat Tibetanen noch Mongolen deze leer aanvaard hebben. Er is echter nog een andere mogelijkheid, nl., dat in Centraal-Azië en aangrenzend gebied het deponeren van lijken een oude volksgewoonte was, die door de volgelingen van Zarathoestra aanvaard en gewijzigd werd en gemotiveerd met de heiligheid van vuur en aarde. Want zelfs in door grote voorgangers gestichte godsdiensten is altijd een goed deel reeds bestaand volksgeloof besloten. In elk geval werden in Perzië de doden liefst op berg- en heuveltoppen gebracht. Dit geschiedde overdag, omdat het licht van de zon') het beste voorbehoedmiddel was tegen de besmetting, die van het lijk uitging. Hier werden wel ruimten ommuurd, waar de grond werd uitgegraven en met bakstenen geplaveid, zodat de dode toch niet met de aarde in aanraking kwam. Binnen de omheining, die talrijke openingen had, waardoor honden konden binnenkomen, waren ligplaatsen voor de doden afgebakend. Om het meeslepen van skeletdelen door de roofdieren te beletten, werden voeten en hoofd stevig vastgebonden. Sommige Perzen fokten zelf de honden, die bestemd waren om hun lichaam te verslinden. Wanneer de weke delen waren opgegeten en vergaan, werden de beenderen verzameld in urnen, waarin de zonnestralen konden doordringen. Wie met een dode in aanraking geweest was, moest talrijke reinigingsriten

1) Ahoeramazda, de goede god, die den bozen Ahriman bestreed, was de god van het licht.