Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

490

§ 162. Theologische dwalingen.

geen weerstand meer aan bekoringen, maar houdt zich alleen passief. Door het menschehjk werken wordt de werking Gods verhinderd. Acten van hefde tot de H. Maagd, de Heihgen of de menschheid van Christus zijn zinnehjk, omdat die voorwerpen zinnelijk zijn. Werken Van uitwendige versterving zijn zonder vrucht. In den ouden tijd maakte God de menschen heilig door de vervolgers, thans door den duivel, die den volmaakte dwingen kan tot zehbevlekking en daden met anderen, tot vernedering, niet tot zonde, omdat de toestemming ontbreekt. In zulk een staat bhjve de mensch hjdehjk en verwerpe alle angsten en scrupels 1). Het duurde niet lang, of de uitwerking van zulk verfoeilijk quiëtisme kwam aan het hcht. Algemeen klaagden de bisschoppen over het bederf der zielen. Het eerst verhief zich tegen het werk van Molinos de beroemde Paulus Segneri S.J. 2), die echter hierom veel te hjden had. Allengs echter werd men beter onderricht. In 1685 begon het proces tegen Molinos, dat uitliep op een zeer ongunstig vonnis. Twee jaren daarna veroordeelde Innocentius XI zijn werk, samengevat in 68 stellingen 3). Maar zeer ver was het vergif reeds doorgedrongen en had verschillende priesters en hooger geplaatste geestelijken aangetast. In 1688 werd het boek, Contemplazione mistica, van kardinaal Petrucci veroordeeld. Een groot ij veraar van het quiëtisme was ook Joseph Beccarelli van Milaan, die echter voor de inquisitie herriep. In Frankrijk schreef Fr. Maleval zijn „Pratique facile pour élever l'dme d la contemplation" ; de Barnabiet L a c o m b e het boek : „Analyse de Voraison mentale". Beide werden verboden. Een leerlinge des laatsten was Jeanne Marie de la Motte G u y o n (■{■ 1717), wier geschriften door de inquisitie werden veroordeeld 4). Door haar raakte ook de beroemde Fénelonin een soort semi-quiëtisme verward. Madame d e 1 a Motte Guyon stelde zich onder zijn leiding en stichtte hem door de algeheele zelfvernietiging als voorwaarde der volmaakte liefde voor te stellen, die ook de grondslag was harer mystieke werken. Nu werden echter op de vergadering van Issy (1694—1695) tegen-

1) Denzinger, ed. IX, p. 266 ss. Ed. X, No. 1221 ss.

2) Concordia tra la Fatica e la Quiete nell' Orazione espressa ad un Religioso in Riposta, Firenze 1680. Ook I sette principii su cui si fonda la nuova Orazione di Quiete, Venezia 1682.

*•) Constitut. Ooelestis Pastor 20 Nov. 1687.

4) Oeuvres spirituelles, Cologne 1713—1722, Tom. 42.

Sluiten