Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoog en droog

ZOOADS we zorgeloos in Karaohi insliepen, zoo stonden we den volgenden morgen welgemoed op. Het vooruitzicht — een paar korte trajecten — was alleszins gunstig, onze gastheeren waren de vriendelijkheid zelf en de vlucht naar Batavia had alleszins het karakter van een genoegelijken tocht. De commandant, die ons den vorigen avond had ingehaald, deed ons 's morgens weer uitgeleide. Wij laadden nog wat proviand en stegen vol moed op. Helaas — Elleman zou ras ondervinden, dat het kan verkeeren. Ik had nl. speciaal verzocht om onze thermos-f leeschen met koude thee zonder suiker of melk te vullen, wetend dat er geen betere „appeltjes voor den dorst" zijn. En düs waren wij er alle drie heilig van overtuigd, dat onze thermos-flesschen koude thee zonder meer bevatten. Toen wij een uur of wat gevlogen hadden, kreeg Elleman een aanval van dorst, en na een verlangenden blik op onze flesschen te hebben geworpen, ondernam hij een flinken slok. Of liever — het bleef bij een jpoging. Want onze gastheer had geen koude maar gloeiende thee in de flesschen gedaan. Enfin, — daarvoor had ook Elleman blazen geleerd. Derhalve: Elleman blies alsof zijn leven er van afhing en bracht vervolgens met een bijna ongepaste gulzigheid de flesch voor de tweede maal aan zijn mond. Alle commentaar zou hier ovèrbodig zijn. EUeman's gezicht — jammer dat ik het niet gekiekt heb! — sprak boékdeelen; er zit melk In de thee en die melk was zuur. De „Postduif" had dus heelemaal geen drinkwaar aan boord. Nooit hebben wij zoo letterlijk hoog en droog gezeten.

Vroolijk was het vooruitzicht niet. Waar we eerst besloten hadden door de woestijn de spoorlijn te volgen, verzette ik het compas en stevenden we recht in de richting Allahabad. En alsof de duvel er mee speelde, kwamen we thans langs allerlei lustoorden, o.a. Datia.

We zagen daar een schitterend paleis met een reuzenlap grond, waarop zeer goed een landing kon worden gemaakt. Ik zat zoo'n beetje na te denken over de eigenaardige verdeeling der aardsche goederen, toen ik een por in mijn ribben kreeg. Ik keek Frijns den porder eens aan en zag toen een bekend gebaar, nl. het schuiven van een duim over een wijsvinger. Ook hij

2

17

Sluiten