Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

207

Lodewijk van Beieren. Er waren in de veertiende eeuw in het Duitsche Rijk drie geslachten, die met elkander wedijverden om de koningskroon:

Habsburg. Wittelsbach. Luxemburg.

In 1314 gebeurde er iets, waarin door de grondwet van het Rijk niet voorzien was: er werden twee Roomsch-koningen tegelijk gekozen.

De keurvorsten waren verdeeld op de volgende wijze:1) Mainz

Trier B

Brandenburg kozen L°dewijk van Beieren (Wittelsbach).

Bohemen

Keulen

Saksen kozen Frederik van Oostenrijk (Habsburg). Rijn-Paltz

Een burgeroorlog van acht jaar lang tusschen de beide pretendenten werd het gevolg. In den slag bij Mühldorf, 1322, viel Frederik in handen van zijn tegenstander, die echter kort daarop in strijd geraakte met Paus Johannes XXII te Avignon.

Van oudsher had de Paus het recht een waarnemend stadhouder over Lombardije aan te stellen, wanneer de troon in het Duitsche Rijk open stond. Tengevolge van de stellig onwettige dubbele keuze bleef het een open vraag, of er een koning was. De Paus had er de voorkeur.aan gegeven geen partij te kiezen door geen der beide pretendenten te erkennen en benoemde een stadhouder over Lombardije. Lodewijk van Beieren stelde een tegen-stadhouder aan, zich Zelf als wettig koning over het Rijk beschouwend buiten de erkenning van zijn waardigheid door den Paus om. De Visconti's te Milaan en de Ghibellijnen waren zijn bondgenooten en bestreden de pauselijke partij in Lombardije.

De strijd tusschen Paus en Keizer was een herhaling en uitbreiding van den aanval der legisten op Bonifatius VIII. Degenen, die Lodewijk van Beieren voortstuwden op den verkeerden weg, waren de twee professoren der Parijsche hoogeschool: Marsilius van Padua en Johannes Jandunus (zoogenoemd naar zijn geboorteplaats Jandun in N. Frankrijk). Zij huldigden

1) De Keurvorsten wilden hun stem met geven aan den Boheemschen koning Jan, zoon van Hendrik VII, omdat deze slechts 18 jaar oud en veel te machtig was.

Sluiten