Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

51

gemaakt! In September! lang na de tocht van April lang vóór het begin van de brieven in Februari! En*i had haar hand genomen om het lidteeken te zien, en*i was gaan strijken langs de dunne fijne vingers. En toen liet*i die niet meer los.

De omarming was vanzelf gekomen. Zijn rechter* hand ging achter haar rug en schouders om en vatte haar elleboog, terwijl*i met de linker haar beide polsen hield. Zoo helde hij haar zachtjes naar zich toe, haar haar tegen zijn gezicht. Een groote teederheid was in hem opgegroeid, tegelijk een groot onbestemd verlan* gen; zonder zich te verroeren had*i alles haar toch kunnen toonen, in haar doen over*stroomen; en zij gaf weerklank door heel diep een zacht gekreun, en tril* lend streelen. Minuten lang. Totdat het hem zóó heet geworden was en benauwd, dat*i met een zucht haar losliet. Hij was vreemd*hongerig, zonder het te kun* tien stillen. Alleen vruchten, stroomend van sap, had* den misschien kunnen helpen. Lien had haar oogen dicht gedaan en weer open; toen*i met een ruk op* stond, ging zij 'er kleeren aan 't verschikken.

De stemming was wee. 't Was nog maar voorjaar en tusschen 't zwarte hout naar het westen werd de zon als ros. Lien schrok dat het al zóó laat was, ze kon niet lang meer blijven. Hij had haar fiets genomen en zwijgend waren ze naast elkaar voort gaan loopen naar de stad toe. Hij ontevreden tegen een kei waar de fiets over hopte en die hij mis schopte.

Toen had*i gevraagd of ze óók zoo onbevredigd was. Ze had verward opgekeken — uit zoo heel andere gedachten, had*i naderhand begrepen, uit een zware,

Sluiten