Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

55

luchten in — enkele smalle wolken er in liggend als lange eilanden in de Noordzee, allengs als schelpen of vis* schen van purper en paarlemoer gekleurd. Over de weien kwam het sluipen van witte wazen, de koeien er boven waren als schommelende scheepsrompen. Er was geloei gelijk het geluid van een houten water* pomp, er dreef een hooigeur, lijklucht van vermoord gras en doodgesneden bloemen, en de pittige bedwel* ming van vlierbloesem. Het was een wandeling van louter intens subtile sensaties geweest.

Ze waren soms tweetallen zittende minnenden ge* passeerd en hadden er zich volkomen verwant mee gevoeld; later waren het liggende paren geworden, rollend in 't gras heen en weer en wringend, als dieren die elkaar aten. Hij had haar toen teruggevoerd, 't werd donker, het overige van de hemel was hun op* gevallen, hij zag het nóg — hij had het nooit meer zóó bezield gezien. Hoog in het westen viel een lichtklomp op, een planeet, Venus, onuitzegbaar zuiver geel, mild* reine schijn, de ster van jonge liefde. Hoe toevallig, hoe had de overeenkomst Lien getroffen!

Later klom de maan boven een boomrand uit, onbe* houwen lomp en onwelvoegelijk van kleur. Het had hem even ontsteld, die maan stijgend naar Venus, een

gelijkenis: een man gaand naar een meisje Dan

lachte hij er om.

Al oogend naar die vurige lichamen, de armen om elkaar geslagen, waren ze aan de stad teruggekomen. Als twee die elkaar al heel lang en heel goed kenden en die elkaar weldra wéér zouden zien, waren ze vaneen ge*

Sluiten