Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

als hij de sprakelooze schouwer wordt van wat geen sterfelijk oog heeft gezien en geen oor gehoord. Of dat weet Ruusbroec in zijn beukenwoud als hij zichzelf verliest in de „donkere stilte" van de goddelijke onuitsprekelijkheid; dat weet Spinoza als hij heel de wereld en hare volheid voor zich ziet in het licht der eeuwigheid als een maanbeschenen zee; dat weet Rembrandt, „wanneer hij aan het werk was, zou hij geen toegang hebben verleend aan den eersten monarch der wereld" — „my mountains are my own and I will keep them for myself', mijne bergen zijn mijn eigen en ik wil ze voor mijzelven houden. Of zoo ook de bijbelsche grooten: Jesaja is alleen in den tempel als hij de zuilen voelt beven voor de majesteit van God en de engel daalt tot hem met de vurige kool die zijne lippen rein branden moet; Johannes de Dooper gaat ver van de wereld, met haar waan en schuld, haar sleur, haar vlakheid en conventie, daarheen waar het bruisen is van de groote stroom en het zwijgen van de oneindige woestijn, daar waar hij luisteren kan naar wat de waarheid wil, van hem en zijne wereld; Jezus is alleen in Gethsemané, als het gaat om dat: niet mijn wil, maar uw wil geschiede. Dat is de waarheidszin van de religie die heengekeerd is naar het eeuwige en innerlijke en die de gemeenschap vreest, die in elk geval waarschuwt tegen al de gevaren van veretarring, veruiterlijking en ontwijdende gemeenzaamheid waarmede eene kerkelijke organisatie haar altijd weer bedreigt.

93

Sluiten