Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat als waarheid behoort vast te staan, en wat wij voor ons leeven en heiligmaking behoeven.

Wij gelooven ook dat het de H. Geest zelve is geweest die de apostels verlichtte, — en door wiens inspiratie wij de apostolische leer onvoorwaardelijk kunnen vertrouwen.

En nu kom ik tot het moeyelijke punt, wat mij het meeste te peinzen heeft gegeeven. De hoogste muur, die omvallen moest, voor en aleer ik ingang tot den katholieken hof kon vinden.

Het was een protestantsche dominee, mij onbekend, die op een voordraohtsavond mij aansprak, zeggende: „En toch zult U nooit Roomsch worden."

Ik vroeg: „en waarom niet?" Hij antwoordde: „Om het leergezag."

Dit antwoord trof mij, want het sloot zich aan bij veel gedachten, die mij in dien tijd zeer vervulden. Het was wel een jaar vóór mijn oovergang, en die gedachten stonden er niet rechtstreeks mee in verband. Ook zonder speciaal aan het katholieke leergezag te denken, was ik in mijzelven steeds aan 't ooverweegen van het mij verbijsterende feit, dat het Heelal toch een middenpunt had, en dat dit punt in mijzelven lag.

Jarenlang heb ik vruchteloos gemijmerd oover deeze vraag: Waarom 'bestaat er niets, zonder dat mijn waar* neemend ik het direct of indirect heeft opgemerkt, en waar* om heb ik de stellige gewaarwording van uniek te zijn? Men mooge praten en redeneeren zooveel men wü, men ontkomt niet aan den schijn van zich midden in 't Heelal te gevoelen, als waarneemer en oordeel*spreeker, eenig en uniek.

Men mooge de Drievuldigheid aanbidden en eeren met al ons hart en ziel en verstand — wij kunnen toch niet meer van God weeten dan wij door ons zeiven, door onzen aard en ons kenvermoogen van Hem beseffen.

En alles wat wij omtrent den Hoogsten hooren, heeft dit

179

Sluiten