is toegevoegd aan uw favorieten.

Schets van het Nederlandsche burgerlijk procesrecht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

276

in op de wijze van een procedure in arbeidscontractzaken. Jammer genoeg heeft de wet den derde alleen verplicht de achterstallige termijnen te voldoen en de kosten vergeten, zoodat niet duidelijk is of men daarvoor niet nóg de verldaringsprocedure moet voeren! De voogdijraad behoeft nimmer beslag te leggen en tot het doen van verklaring te dagvaarden. Hij kan volstaan met afschrift van den titel aan den derde te doen toekomen (die het voor „gezien" geteekend moet retourneeren) en binnen zeven dagen daarna den geëxecuteerde een afschrift daarvan zenden. Daarmee is het beslag voltooid, afgezien van het recht van verzet van den geëxecuteerde.

Beslag op roerende goederen. Roerende goederen worden in beslag genomen bij een proces-verbaal, door een deurwaarder met twee getuigen opgemaakt, waarbij de goederen alle beschreven worden. Daaraan moet nog een herhaald bevel (in hetzelfde exploit) voorafgaan. Die goederen, waarover een bewaarder wordt aangesteld, worden dan later, ten minste acht en uiterlijk veertien dagen na de mbeslagnerning in het openbaar door den deurwaarder verkocht op de plaats der inbeslagneming zelve. Verlenging of verkorting van den termijn of bepaling eener andere plaats voor den verkoop, kan slechts geschieden bij onderlinge toesteniming van de partijen of door een bevel van den rechter. Indien de deurwaarder bij het leggen van het beslag actieven of passieven tegenstand ondervindt, wendt hij zich tot den burgemeester of den door dezen daartoe aangewezen commissaris van politie, in wiens tegenwoordigheid de opening der gesloten deuren van het huis, de kamers, kasten of kisten desnoods met geweld plaats vindt. Van de tegenwoordigheid van den ambtenaar wordt in het proces-verbaal melding gemaakt. Treft hij geld of geldswaarden aan, zoo zal de deurwaarder dit ter griffie der rechtbank overbrengen indien partijen niet omtrent een andere plaats overeenkomen.

Beperkingen van het beslag op roerend goed. Het beslag mag niet gelegd worden:

1°. op zaken, welke volgens de wet door bestemming als onroerend worden beschouwd of waarop de wet in het geheel geen beslag toelaat (zie bl. 275).

2°. op het noodige bed en beddegoed of de noodige kleederen en het lijfgoed van de personen, tegen welke het beslag