is toegevoegd aan je favorieten.

Beknopte handleiding tot het Wetboek van strafvordering

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

289

de bron zijn, waaruit hij zijn gegevens omtrent het in eersten aanleg gehouden onderzoek put1).

De beslissing van het hof kan óf zijn eene bevestiging van het vonnis, hetzij met geheele of gedeeltehjke overneming hetzij met verbetering van de gronden, óf eene geheele of gedeeltehjke vernietiging van het vonnis, in welk geval het hof doet wat de rechtbank had behooren te doen. In het eerste geval zal, naar voor het overeenkomstige art. 247 oud werd beslist 2) en ook voor de nieuwe bepaling zal mogen worden aangenomen, het hof óf eenvoudig de gronden van het vonnis kunnen overnemen zonder tot nadere motiveering verphcht te zijn óf die wijzigen of aanvullen. Indien het vonnis in eersten aanleg op een onwettig bewijsmiddel berust, kan het hof niet volstaan met dat middel terzijde te stellen doch moet het vonnis worden vernietigd en eene nieuwe beslissing gegeven8). Hetzelfde moet geschieden wanneer het vonnis in eersten aanleg aan eene andere vormfout lijdt, op grond waarvan de nietigheid ervan moet worden aangenomen *). Intusschen zal voortaan volgens lid 3 van art. 428 het hof bevoegd zijn bepaalde gedeelten van het vonnis over te nemen voor zoover deze niet aan nietigheid lijden. Eene enkele vormfout in een gedeelte van het vonnis zal niet een geheel nieuw arrest noodig maken, al zal het dikwijks moeilijk zijn eene scherpe splitsing tusschen de verschillendè gedeelten van het vonnis, de wel en de niet-nietige, te maken. Naar in de toelichting werd gezegd B), zal het hof die gedeelten, welke niet aan de nietigheid hjden, in zijn arrest kunnen overnemen. Het hof zal, voor zoover het vonnis wordt vernietigd, daarvoor zijne eigene uitspraak in de plaats stellen en dus de zaak au fond beshssen.

Echter zal, wanneer de hoofdzaak niet door de rechtbank is beshst en het onderzoek daarvan het gevolg moet zijn van de vernietiging van het vonnis, het hof de zaak naar dezelfde rechtbank terugwijzen, tenzij procureur-generaal en verdachte

l) Vgl. voor het vroegere recht Fockema, T. v. S. XI 356 en XIX 72 en H E 18 April 1921; W. 10750.

•) Vgl. Bekn. Handl. bl. 248 noot 4.

•) Hulshoff, aant. 1 op art. 247; Bekn. Handl. bL 249 noot 1. 4) Vgl. H. E. 9 Februari 1914; W. 9426. ») Bij art. 399, bl. 203.

Simons !«