is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwe geluiden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Haar vormen gingen, 't maagd'lijk mooi, de bruidsschat van weleer, en wat haar bleef, het is niet meer dan toegedachte fooi.

Zij noemt zich Carmen, omdat de armen,

die zelf te leeg in *t leven hangen,

voor zich een naam verlangen

vol van gelezen droomen,

die van heur eigen leven schijnen afgenomen.

Haar vader was een man... de moeder had haar schoone oogen, zij weet niet, of het is gelogen, wat zij van bei verhalen kan.

Haar oogen deden nimmer kwaad; zij gaat

en doet haar plicht; het leven heeft het aldus ingericht dat zij — als 't avondt — in de straat moet dalen om daar het geld voor kamer en wat brood te

halen,—

een kamer en wat brood;

zij wil niet dood,

en in dees buurt is zijn bekend

en aan de straat en ellek huis gewend.

92