is toegevoegd aan uw favorieten.

Onder de tropenzon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV

Insulinde, dat zich daar slingert om den evenaar, als een gordel van smaragd

MüLTATOLI.

Den volgenden middag kwam er land in zicht. De lucht was grauwoverdekt en bij tusschenpoozen somberden druihge motregen-buien over het schip, 's Nachts op de Hondewacht had 't hard geregend. Juist even voor vieren, toen de kim wat opklaarde, zag Buurloo op twee streken aan stuurboord een grijsblauw bergje verrijzen boven de kim. Het was nauwelijks te onderscheiden van de omringende wolkvormen, doch zijn scherpe zeemansoogen waren er zeker van dat 't land was. Onmiddellijk waarschuwde hij den kapitein.

Meeturend door z'n binocle hielp de ouwe het land verkennen.

— Ja, Poeloe Bras, geen twijfel an. Iets meer links zie ik Poeloe Weh ook al boven water komen.

— En 'n streek rechts is meer land, zei Buurloo.

— Dat zal de bovenkant van Sumatra zijn.

Voor het donker werd lag overal aan stuurboord het land hoog boven water, en toen de schemering inviel sloeg het bliksemlicht van den Willemstoren op Poeloe Bras dóór als 'n fel-klein vonkje.

Eindelijk begon de overtocht op te schieten. Stuurlieden, machinisten, marconist, matrozen, stokers, Javaansche jongens, iedereen kwam aan dek kijken naar het land. De avond was donker van zwarte wolkgevaarten, die joegen langs den hemel met een krachtig aanwakkerenden W.Z.W.-moesson. Het was vochtig in de lucht. Reelingen en dekhuizen voelden kleverig-klam, en langs davits en stutten vloeiden druppels.

Na den eten hepen de officieren weer aan dek. Niemand ging slapen. Op 'n groepje stonden ze in de midscheeps, hunkerend naar den wal, naar verandering. De lichtflits van Poeloe Bras was al dwars.

Vooruit op den bak joelden stokers en matrozen. In de midscheeps knalde telkens gelach. Ze lachten bij elk woord, over elke flauwe opmerking. Er rumoerde iets aan dek, dat denken deed aan een passagiersschip op den avond vóór binnenkomst in de haven van bestenmiing.

65

65