Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

vanaf het begin der stad tot ongeveer 190 v. Chr., omdat de Romeinen bij hun komst in de Oostersche en Grieksche wereld nog niet tot een bewust imperialisme waren gekomen en bovendien omdat het wezen, de kracht en het einde van het Romeinsch imperialisme pas kan worden begrepen uit zijn begin.

Het onderwerp, dat ik behandel, heeft sterk in de aandacht gestaan zoo van de oude schrijvers als van de moderne historici; want tijdgenooten en nazaten vroegen zich verwonderd af, door welke oorzaken uit de kleine vestiging aan den Tiber het groote wereldrijk was gegroeid. Nieuw belang kreeg het, toen men verband wilde leggen tusschen het oude imperialisme en het moderne; ijdel pogen, niet omdat er geen punten van overeenstemming zouden te vinden zijn of men niet gemeenschappelijke oorzaken zou kunnen opsporen, ') maar omdat de omstandigheden, waaronder de imperialistische gedachten groeiden en tot uiting kwamen, geheel andere waren: ginds een wereldrijk, dat geen tweede naast zich kende, hier -een strijd of evenwicht van gelijke machten; thans een complex van dooreengestrengelde oorzaken en motieven, die voor de Oudheid, zelfs indien zij bestaan hebben, door ons niet meer kunnen worden nagespeurd en waarvan één, het econoilkhejdat in onzen tijd zulk een belangrijke rol speelt, voor het dat ik behandel, bijna geheel moet worden uitge¬

schakeld en voor het eigenlijke tijdperk van het Romeinsch imperialisme als een bijkomstig motief, niet als een drijvende kracht moet worden beschouwd.2)

De schaarste van de bronnen, die ons voor een deel de punten voor deze vergelijking onthoudt, is mede de oorzaak geweest van een ander verschijnsel; zij heeft speelruimte gelaten voor de meest verschillende opvattingen omtrent het ontstaan van het Romeinsch imperialisme en, in verband daarmede, omtrent de oorzaken van Rome's macht. Trouwens, reeds de Oudheid streed daarover; Polybius weerlegt de meening, als zou deze alleen aan een gunstig toeval verschuldigd zijn; en terwijl een nuchter man als Livius de uitbreiding van Rome vooral toeschrijft aan haar gunstige ligging, zoekt Dionysius van Halicarnassus de reden van haar grootheid in de zachte behandeling, die de Romeinen de overwonnen volkeren lieten wedervaren, Polybius in hun organisatietalent en

Sluiten