Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over een paar uur niet beter is, zal ik komen, maar dan moet ik nog een boodschap hebben."

Nu, met het toovergoedje in zijn maag', zei de dokter niets, maar kleedde zich dadelijk aan.

Héél ziek was de oude Jansen niet, maar héél eenzaam en verlaten. Iedereen had hij weggebromd uit zgn omgeving.

„Wat een stakker toch eigenlijk", dacht de dokter en de appelbol in zijn maag stuurde hem ongewone woorden naar den mond. Zoo vriendeüjk en geduldig sprak hij met den ouden, ongemakkelijken man.

Twee menschen waren dien avond héél tevreden: de oude Jansen en de dokter zelf. De laatste had meer dan reden om het te zijn; in zijn maag werkte de appelbol. En toen hij thuiskwam, was er zijn gezellige huiskamer. Dat alles had de oude Jansen niet. Maar er was iets zachts in hem gekomen door de woorden van den dokter. En dat is ook iets goeds op een Oudejaarsavond, als anders iemand alleen zou geweest zgn met al zijn pijntjes en al zg*n knorrigheid.

Doch er is zooveel te vertellen van die merkwaardige appelbollen, dat de Nieuwjaarsdag bij den burgemeester bijna zou overgeslagen worden.

En dien Nieuwjaarsdag waren allen frisch en vroolijk wakker geworden, die de appelbollen gegeten hadden, ja, zij vooral, welke door al het andere lekkers, waarvan ze gesmuld hadden, het toovergoedje wat haastig naar binnen hadden gewerkt.

Want hun maag bad hard moeten zwoegen om alles door elkaar te schudden en nu had het deeg met het Sylvesterfiguurtje zich eerst recht kunnen vermengen met al het andere.

„Wat kijken toch alle menschen vergenoegd vandaag", zei de bode, die bij plechtige gelegenheden, als de burgemeester veel

78

Sluiten