Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

72

zo/ graag een gedachtenis nalaten, waaraan hij wat heeft, ais ik er eens niet meer zijn zal."

Terwijl hij zo^* dacht, kwam er een jong meisje aan. Haar eenvoudig wit kleedje was van onderen met een rand khmopbladeren versierd, en op haar krullende, blonde lokken droeg ze een krans van eikeloof.

„Ik ben Foreta, de bosjbbnimf," zei ze, „en ik kan

zoi raden, waarover je denkt. Zeker wil je iets hebben, om aan je kleinzoon te geven!"

Verwonderd keek de oude man op. Niet, omdat de bos|Shnimf voor hem stond: die had hij wel meer gezien! Maar omdat ze zijn

geheimste gedachte zo/juist geraden had.

„U hebt gehjk," zei hij, „daar dacht ik over."

„Nu, je hebt het wel verdiend, je kleinzoon gelukkig te maken.

„Hier is een noot. Van buiten zul je er niets bijzonders aan zien; maar. van binnen is ze anders dan gewone noten. Ze mag volstrekt niet op de gewone manier gekraakt worden. Je kleinzoon moet de noot bewaren, totdat hij sterk genoeg is, om de/ dop tussehen duim en wijsvinger stuk te drukken. Dan zal hij zoo gelukkig zijn, als je verlangt."

„Ik dank u, ik dank u," stamelde de oude, en Foreta was verdwenen.

Sluiten