Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

124

„Ze heet Else, ons kleine meisje."

Allen vonden dit een prachtigen naam. „Zou ze 't prettig vinden, dat we morgen terugkomen?"

„Welk zusje zou niet blij zijn met zulke lieve broertjes," zei oom Karei, Bob in de wang knijpende.

„O vader, ik verlang zoo," zei Hans met een zucht.

„Wat kunnen we later heerlijk paardje spelen, Bobbie. Zus komt dan in de sportkar te zitten, jij wordt paard en ik koetsier."

„Neen, dan wil ik koetsier zijn," zei Bob.

„Neen," pruilde Hans, „ik heb het 't eerst gezegd."

„Weet jullie wat," zei mevrouw Van Brakel, die bang was, dat er gekibbel kwam. „Zusje mag dan kiezen, die is de dame, die gereden wordt."

„Ja, dat vind ik best," zei oom. „En zal ik jullie nu eens vertellen, waarom zusje nu gekomen is?"

Ja, dat wist niemand.

„Omdat ze het later zoo prettig zou vinden in de vacantie jarig te zijn."

„Of ze gelijk heeft," riepen Nel en Door als uit één mond.

„Maar nu moet ik toch werkelijk eens kijken, wat Leni gekregen heeft. Morgen in den trein kunnen we den geheelen tijd over zusje praten. Mij dunkt, Door en Nel zijn hier aan 't versieren geweest, wat een heerlijke massa bloemen. Met je nieuw croquetspel wil ik vandaag vast een spelletje doen."

„Ja, ja, dat moet ingewijd worden," zei Dolf.

„Ik heb altijd wel gedacht, dat jij bijzonder verstandige kippen hadt," zei oom, toen Leni de eieren liet

Sluiten