Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

15

wel eens iemand om den hoek kon komen... en het overige wisten ze al.

Toen men het doet van elkanders tocht vernomen had, werd er even raad gehouden, en spoedig besloten, dat men gezamenlijk den anderen weg zou nemen; ze gingen met z'n vijven langs het hooge hek naar den anderen kant van de school en klommen er daar overheen.

Weldra waren alle bondgenooten over het hek, en nü ging het op een draf wéér naar den anderen kant, waar men nog over de sloot moest en dan was men in een oogenblik door een klein boschje aan het oog van Meester Grevel onttrokken.

Tot ieders groote vreugde lag er een plank over de sloot; maar tot hun spijt was die zóó dun, dat niemand het waagde, er overheen te loopen.

Een paar maakten reeds aanstalten om over de sloot te springen, toen Willem een koen besluit nam, en er met een paar lichte stappen overheen kwam; de plank boog wel erg, maar brak toch met, en nu besloten ook de anderen, om er maar op dezelfde manier over te gaan.

Goed en wel aan den overkant, ging het troepje uiteen, Willem en Johan om te gaan naar den bewusten winkel, en dan weer terstond terug te keeren, de drie anderen, om verder het dorp in met andere jongens te spelen, en eerst tegen het begin van de middagschool terug te komen.

Ze waren nu op den terugweg. Toen ze dicht bij den hoek gekomen waren van de straat, waarin de school stond, kwam om dien hoek een man, in wien Johan terstond Meester Grevel herkende. Meteen duwde hij Willem vrij onzacht op zijde, en verdween met hem achter de stoep van het naastbijzijnde huis, terwijl hij eenigszins angstig fluisterend zei: „Daar heb je 'm net!"

Sluiten