is toegevoegd aan uw favorieten.

Prof. Dr. H. Bavinck

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

ouders te dwingen hun kinderen naar school te zenden. Iets dergelijks deed Calvijn.

Opmerking. Na deze eerlike weergave der feiten repeteert Bavinck nog maar eens, „dat onkunde 'n bondgenote van het pausdom is en onderwijs 'n krachtig wapen biedt in de strijd tegen Roomse dwalingen", om dan de verdiensten der Hervorming voor school en wetenschap uiteen te zetten, zoals hij dat reeds in zijn „Paedagogische Beginselen" deed. Hij spreekt met meer lof dan we van andere schrijvers gewoon zijn over de toestand van het onderwijs in de 17e eeuw, toen „de volksontwikkeling hier hoger stond dan in enig ander land", en dankt dat alweer aan de Hervorming. „Schier over het ganse land heen, niet alleen in de steden, maar ook in de dorpen, worden lagere scholen aangetroffen, waar niet alleen godsdienst, maar ook lezen, schrijven, rekenen geleerd werd", zo zegt hij van Nederland. Als men dan echter elders leest, dat Frankrijk reeds omstreeks 1100 in bijna alle dorpen volkscholen had en dat van Duitsland in de 14e en 15e eeuw hetzelfde kan gezegd worden, 1) vraagt men zich af, of de Reformatie niet enkele eeuwen achter Rome komt aanhinken, en of Bavinck's bewering, dat de Middeleeuwen geen eigenlike volksschool kenden, wel juist is.

Als organisators van het hogere schoolwezen — de latijnse school of het gymnasium, als voorbereidingsinrichting voor de universiteit komt pas op in de 16e eeuw — vinden wij naast Luther en Melanchton wel Johannes Sturm vermeld, maar niet Petrus Canisius, ofschoon deze voor het hoger onderwijs wellicht meer gedaan heeft dan de drie genoemden te zamen. 2)

Dat de haat tegen Rome de Hervorming parten gespeeld heeft, geeft Bavinck op blz. 32 volmondig toe. De Reformatie, die al spoedig na de Dordtse Synode tot stilstand kwam, beschouwde de school bijna uitsluitend van kerkelik standpunt, als 'n „seminarium ecclesiae", als 'n bolwerk tegen Rome, en was alleen nog op weren, niet op werven bedacht. „Als de onderwijzer maar rechtzinnig was en de belijdenisschriften ondertekende, was aan de hoofdvereisten voldaan. Het onderwijs werd daarom al te dikwerf aan onbekwame personen toevertrouwd en bovendien in de regel gegeven in slechte lokalen, met ge-

*) Vgl. Krieg-Grunwald, Lehrbuch der Padagogik, blz. 157 en 158. (Paderborn 1914 Schöning.)

2) Vgl. G. Lamers, Petrus Canisius als opvoeder (Opvoedkundige Brochurenreeks Nr. 5.) Tilburg 1921, R. K- Jongensweeshuis.