is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe men voor athletiek oefent

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV.

Hamerwerpen.

Meer nog dan het kogelstooten, is hamerwerpen een sport voor zware, sterke athleten. Knapen doen verstandig er zich in het geheel niet aan te bezondigen en later te beginnen met lichtere hamers. Het werpen met den hamer van 7.25 K.G. moet ten slotte overgelaten worden aan krachtige volwassen personen. De hamer wordt geworpen uit een cirkel van 2.13 M-, doch men dient weer te beginnen met oefenen uit den stand. Het hamerwerpen vereischt heel wat oefening en er gaan gewoonlijk jaren mede heen, alvorens men de techniek volkomen meester is.

Om het werpen uit den stand te leeren, wordt de kop van den hamer zoover mogelijk rechts van den werper geplaatst. De armen zijn dus voor langs het lichaam naar rechts gestrekt. Men begint nu den hamer rustig rond te zwaaien, zoodanig, dat hij voor het lichaam heen schuinop* waarts en bij de beweging terug schijn benedenwaarts gaat.

Men gevoelt hierbij al spoedig, dat het lichaam steeds eenigermate moet hellen in eene richting, tegenovergesteld aan de zijde, waar de hamer zich bevindt en dit om in evenwicht te kunnen blijven. Vanzelf bemerkt men ook, dat de beenen beurtelings het zwaarste werk hebben te verrichten.

Het rondzwaaien moet met toenemende snelheid geschieden en de knieën dienen licht gebogen te zijn. Na den hamer een 3*tal malen te hebben rondgezwaaid, wordt hij over den linkerschouder losgelaten. In tegenstelling met alle andere werpoefeningen, is het gelaat dus van den worp afgekeerd. Bij het werpen zelf, moeten de beenen worden gestrekten op de teenen opgeheven, terwijl de handen zoo lang mogelijk de handsvatten van den hamer vasthouden.

Wanneer op deze wijze voldoende vaardigheid is ver* kregen in het bewaren van het evenwicht en het geven van eene goede hoogte aan den hamer, kan men overgaan tot beoefenen der wendingen van het lichaam voor dat ge* worpen wordt.

Aanvankelijk leert men werpen met één draai en later met twee. Driemaal ronddraaien zonder den cirkel te ver* laten en aan den hamer steeds meer snelheid geven, is zeer

94