is toegevoegd aan uw favorieten.

Een eeuw veeartsenijkundig onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

>&f >kK&&&&>k&

HOOFDSTUK III.

DE RIJKS^VEEARTSENIJSCHOOL VAN 1821 TOT 1851

door H. SCHORNAGEL.

Den 10den December 1821 worden de lessen aan de Veeartsenijschool geopend door den hoogleeraar Dr. Th. G. van Lidth de Jeude, belast met het onderwijs in de Ontleedkunde en de Physiologie; spoedig daarna maakt ook de hoogleeraar Dr. J. Vosmaer een aanvang met zijn lessen in de Natuur* en Scheikun* dige Wetenschappen, terwijl het onder* wijs in de Practische Veeartsenijkunde begint op 26 September 1822; Dr. A. Numan opent dien dag zijn lessen met een uitvoerige rede over: „De Veeartsenijkunde en de in* rigtingvan derzelver Onderwijs, overeenkomstig met het belang der Maatschappy."

Behalve genoemde hoogleeraren zijn bij de opening der school nog als ambtenaar werkzaam een oeconomus (W. van de Kasteele), een prosector*anatomes (C.Honing), een apothekersgezel (A. Deerns) en een hortulanus (Breitenstein).

De cursus begint met 24 leerlingen, welke allen studeeren voor rekening van het Fonds voor den Landbouw. De leerlingen zijn geheel intern, ze worden na een vergelijkend examen gekozen in de verschillende provinciën; geëischt wordt, dat zij zijn:

„1°. Inboorlingen van het Rijk, niet beneden zestien en niet boven twee en twintig jaren,

„2°. van onbesproken zedelijk gedrag, „3°. grondig ervaren in het lezen, schrijven en rekenen." Verder wordt gevorderd, dat zij lichamelijk goed zijn ontwikkeld en het moet blijken, dat hun verstandelijke vermogens zoodanig zijn, dat zij met vrucht de lessen kunnen volgen. Blijkt dit laatste niet het geval, dan kunnen zij, nadat zij gedurende een half jaar de lessen hebben bijgewoond, naar hun betrekkingen worden teruggezonden.

De kweekelingen dragen uniforme boven* kleeding, welke vanwege de school wordt verstrekt, doch zij moeten bij aankomst voorzien zijn van voldoende onderkleeding n.1. minstens:

6 onderhemden,

3 borstrokken,

4 onderbroeken, 6 paar kousen,

2 zwarte zijden halsdoeken, 4 witte dito, 6 halsboorden,

2 slaapmutsen van wit katoen,

4 handdoeken,

2 paar hooge schoenen,

4 witte linnen sloven voor de anatomie,

2 paar dito morsmouwen voor dito; verder een doos met instrumenten voor de ontleed* kunde.

In verband met vele daartoe strekkende aanvragen, vooral uit de zuidelijke provincies, wordt in Mei 1822 machtiging verleend om 20 tot 25 leerlingen aan te nemen, die voor eigen kosten willen studeeren. Tegen betaling van f400.— per jaar ontvangen zij onderwijs, kost, inwoning, bovenkleeding enz. De school is berekend op 50 leerlingen; teneinde deze te kunnen plaatsen moet de hoogleeraar Numan de voor hem aan de school als woning inge* richte vertrekken ontruimen en een huis zoeken in de stad; hij ontvangt voor het gemis van zijn vrije woning een schadeloosstelling van f 1000.— 's iaars.

Bij Koninklijk Besluit van 15 November 1823 wordt bepaald, dat een aantal kweeke* lingen op kosten van het Departement van Oorlog zal worden opgeleid tot Paardenarts bij 's Lands Kavallerie en Artillerie. Zij worden tot leerling „benoemd" na een vergelijkend examen en moeten zich schriftelijk verbinden om, na afloop hunner studie, gedurende 12