is toegevoegd aan uw favorieten.

Beschouwingen over den woningnood

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volkshuisvesting is tientallen jaren achteruit gezet, omdat de nieuwgebouwde woningen zoo slecht zijn.

De Gezondheidscommissie te Groningen schrijft b.v. in haar verslag over 1916 (blz. 9) omtrent een woning aan den Karreweg aldaar, dat deze woning, die ongeveer 20 jaar oud is, ernstig in aanmerking komt voor onbewoonbaarverklaring. De vloer ligt ±15 cM. beneden de straat, het water onder den vloer kan niet weg. „Licht komt alleen van den Noordkant; de woning is zoo vochtig, dat het behang aan flarden langs de muren hangt."

Algemeen bekend is het, overal in de pers overgenomen, artikel van Prof. J. A. van der Kloes in „Bouwstoffen" van 15 Juni 1919, betreffende de slechte toestanden in de in 1916 gebouwde Piet Heinstraat te Delft.

En wat is nu het resultaat van al dat geknoei en al die bezuiniging? Alleen dit, dat de grondrente stijgt, zooveel stijgt, dat de geheele besparing, misschien zelfs meer dan die, aan den grondeigenaar ten goede komt. „Hoe meer men nu echter op den bouw bezuinigt, hoe meer gelegenheid gegeven wordt aan den druk van den grond om actief te blijven. Dit blijkt daaruit, dat men dezen druk nog ziet doorwerken, ook nadat bezuiniging op den bouw de uiterste grens bereikt heeft." ') Immers ook aan deze besparingen stelt de bouwverordening grenzen.

* Dat de druk van de grondrente blijft doorwerken is een overal te constateeren feit. Zijn de huurprijzen tot het maximum opgevoerd en de bouwkosten tot het minimum bezuinigd, dan ziet de bouwer nog zijn arbeid steeds minder loonend worden. Maar dan is er geen uitweg meer. Er rest dan niets meer, dan den bouw van de goedkoopste woningen, waar deze toestand zich het eerst voordoet, i.c. de arbeiderswoningen, op te geven en zich alleen op den bouw van duurdere woningen te gaan toeleggen, welker bouw van ouds meer winstgevend was. Geleidelijk worden meer categorieën van woningen door de particuliere bouwers opgegeven, zoodat zij ten slotte nog maar alleen de duurste woningen bouwen. „In dit stadium — schrijft Wentink in 1915 — waarin blijkt, dat de bouw van kleinere woningen niet alleen niet meer rendeert, doch dat men ze zelfs niet meer kan bouwen zonder er op toe te leggen, zijn reeds onderscheidene gemeenten aangeland." 2) Werkelijk is reeds vóór den oorlog geconstateerd, dat in tal van gemeenten arbeiderswoningen, pf in het algemeen, de goedkoopere soorten van woningen door het particulier initiatief niet meer werden gebouwd. De bevolking blijft echter toenemen en de vraag naar

J) Wentink, t. a. p., blz. 139. *) Wentink, t. a. p., blz. 140.

106