is toegevoegd aan uw favorieten.

Humanisme

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PERSOONHJKHEID

83

niets meer gelooft omdat hij alles gelooft, die niets meer voelen kan, omdat hij alles meent te voelen, die niets meer is, omdat hij alles wil zijn, de aestheet, die juist dóór zijn ikheidscultus dit „ik" geheel verloor. Zóó is de individualist; óf hij zal de mensch zijn, die zijn karakter-kracht zelf vergoddelijkt maar die daardoor juist het element „karakter" alle zedelijke waarde ontneemt, de geestelijke tyran, die zijn ikheid aan de wereld opdringt, die den mensch „gebruikt", die 't geluk zoekt in zijn heerschers-macht, die niet in liefde, doch in macht geluk zoekt, die geluk slechts daar vindt waar hij zijn macht kan doen gelden, daar waar de slaven zijn, hij die zijn geluk bouwt op het on-geluk der over machtigden. Hij heeft zijn kracht souverein verklaard. Hij staat boven wet en recht. Hij zal nemen wat hij verlangt en 't verbruiken. De menschen, die hij overmeesteren kan, zal hij 't geluk ontrooven om zijn eigen honger te stillen. Trotsch zal hij zijn vreugden vieren. En daar zijn vreugde door anderer leed werd gekocht, zal hij naar steeds ijler en eenzamer hoogten stijgen, tot alle levensgrond hem ontzinkt. Dit zelf, dat hij zoekt, blijkt een leegte. Niets bindt hem meer aan de menschen, aan hun vreugden en verdriet. Ieder mijdt hem. En als hij terug verlangt naar 't wijde land, waar de menschen wonen, kan hij den weg niet vinden.

Beide ontaardingen heeft onze tijd saamgevat en verheerlijkt in het vooze droombeeld van den Uebermensch. — Beide typen zijn de uitbeeldingen van één kwaad. Beiden zijn typen van den hoogmoed, van de hoogmoedige zelfverheffing boven de wetten des levens; beiden zijn moraal-ontkenners, beiden gevoels-ver-