is toegevoegd aan je favorieten.

Zonnegloren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVIII.

Zonnegloren.

Wee wie den oorlog ontbindt, dat zich volkren en volkeren botsen;

Heil wie ten strijde zich gordt, tegen zonde en verderfnis en dood.

Het zijn de Augustusdagen van 1914. Het is het keerpunt der wereldgeschiedenis, de ure, dat Duitschland zich wapent.

Het klokgelui van den bededag was weggestorven. In de dorpskerk van Kambach had een oprecht man zijn hoorders opgeroepen tot boete en bekeering. In de ©ogenblikken, zooals de geschiedenis ze nog nimmer had gekend, had zijn vlammend woord geklonken :

„Wij weten wel, wat deze oorlog voor ons te beteekenen heeft. Wij zijn in gevaar, onze heiligste goederen te verliezen; ons staatkundig, ons maatschappelijk, ons godsdienstig leven verkeert in gevaar. Nog is het lichaam van ons volk niet gestorven, maar het is krank; het bederf is begonnen, en dat niet gisteren of eergisteren. Ons geheele volk draagt schuld aan den afval, allen, of ze een kroon dragen, of dat ze met eeltige handen hun dagwerk verrichten. Niemand gaat vrij uit I Gij boeren van Kambach en Drielinden, het is niet genoeg, dat gij Gods Woord in eere houdt, dat gij rein leeft, dat gij goede zeden handhaaft, dat gij de onreinheid in woord en