is toegevoegd aan uw favorieten.

Poëzie in Europa

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GRAUWE NACHTEN

Wij wandelden een wijl (ziehier mijn droom!) In een lang zandig spoor van Niemandsland, Waar enkel mankop groeide tusschen 't zand, Welke wij plukkend, ,met te weinig schroom En altijd droever, wierpen in de stroom, Die droef ons volgde, wijl wij hand in hand Onder 't vervreemd gestarnt een onbepland Pad gingen, gaand in schaduw van eéh droom.

En droever steeds, onder 't verbleekt gestarnt, Vonden wij mankop schaarscher, tot uw oog, Nu al mijn licht, vermoeid, al flauwer barnt. En toen dat uitging — dat geen heugenis Van 't lief verloren mij benauwen moog' — Wierp ik van mij al mijn gedachtenis.