Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEEN BENEPENHEID

Het oude Holland, waarvan over enkele dagen de oceaan hem weer scheiden zou... „En"— vroeg hij — „gedraagt uw land zich ook nu weer rustig ondernemend naar den ouden trant? Is de handelsgeest wel wakker, de nijverheid vaardig, om van de tijdsomstandigheden te profiteeren?"

Ik aarzelde even, maar hij bemerkte het niet in zijn vaste vertrouwen op de Hollandsche onvervaardheid, op het Hollandsen rustige, geduldige overleg, op den Hollandschen ondernemingsgeest, die, aan rampen en tegenspoeden van buitenaf gewend, nooit despereerde, of zijn koopmanszin verzaakte.

Want zóó kende hij Holland. Ui t d e geschiedenisboeken, die, ter verpoozing in de jacht van het Amerikaansche bedrijf, zijn liefste lectuur bleken te wezen: om er voor Zich zelf evenwichtigheid uit te leeren, doorzettingskracht, die zich nooit liet ontmoedigen. En hij sprak van den dapper gedragen en zoo fier beslisten Tachtigjarigen oorlog, waarvan immers onze gouden zeventiende eeuw, in oppersten bloei van handel, van scheepvaart, van schoone kunsten de triomfantelijke apotheose geweest is. Van de onversaagde Watergeuzen, van De Ruyter en Tromp, den tocht naar Chatham ... „Want nooit is het kleine land immers grooter en machtiger aan de wereld verschenen dan juist onder de rampen van den oorlog en daarna. „Omdat" — zoo meende de waarlijk in vervoering ge= raakte Amerikaan — „omdat dit goede land immers

*o

Sluiten