is toegevoegd aan je favorieten.

Ons doopsformulier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

312

en goede consciëntie in dit leven, tegen de zonde en den duivel testrijden, om hier namaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen, te regeeren" (koning).

Aldus getuigt Zond. 12 van onzen Catechismus.

En het is in schoone overeenstemming daarmede, dat hier ter plaatse die drie ambten van Christus genoemd worden, omdat alzoo uitkomt, hoe van af den doop, die van de geboorte des nieuwen levens getuigt, dat nieuwe leven bestuurd en gevoed wordt.

Het leven der kennis door onzen eenigen Leeraar.

Het leven van den arbeid en den strijd door onzen eenigen Koning.

En het leven der liefde door onzen eenigen Hoogepriester.

En vromelijk 9, En nu de laatste bede: En vromelijk tegen tegen de de zonde, den duivel en zijn gansche rijk strijden zonde, den en overwinnen moge.

duivel en zijn Op de vraag wat de voornaamste karaktertrek gansche rijk van het leven is, antwoordt de christen zonder strijden en *ff aarzeling: leven is strijden. Dit is kras gezegd, overwinnen maar niet overdreven. Het gaat er niet over, wat moge, het leven vroeger was in den hof der gelukzaligheid.

Toen kon men zeggen: leven is arbeiden. Ook is het niet de vraag, wat het leven eens zijn zal, want dan klinkt het antwoord: leven is loven. Maar dit is de vraag, wat het leven nu is, in de omstandigheden, waarin de christen op aarde leeft. En ja, dan is zijn leven een rijk gecompliceerd geheel van allerlei krachten, daden, emoties, het is een arbeiden, hjden, dragen, genieten, waken en slapen, maar al wat de christen doet of duldt draagt het karakter van strijd. Hoe dat komt?

Dat komt door wat wij in onzen tijd op politiek terrein de antithese noemen. Overal waar tegengestelde machten elkander ontmoeten ontbrandt de strijd. En de christen ontmoet in het leven voortdurend machten, die aan zijn beginsel, zijn ideaal, zijn God vijandig zijn.

Daarom slaakte Job de klacht, die sinds tot een gevleugeld woord werd: „Heeft niet de mensch een strijd op aarde ?"

Daarom zingen de vromen des Ouden Verbonds in alle toonaarden hun krijgszangen en oorlogspsalmen uit, „in't strijdperk van dit leven".

Daarom wijst een Paulus de eeuwige zaligheid als een overwinnaarskroon aan den christengladiator, nadat hij hem de heilige wapenrusting heeft geteekend.

En zoo is de geheele christelijke spreektaal met krijgstaal en oorlogsbeelden als doorweven.

De kerk op aarde noemt zichzelf, in onderscheiding van de kerk in den hemel, de strijdende kerk. En hoezeer onze vaderen den heiligen doop in verband met den heiligen oorlog hebben beschouwd, blijkt