is toegevoegd aan uw favorieten.

Het offer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

avondeten te blijven gebruiken, wat hij gaarne deed. De jongen, Sidin, bracht de soep reeds binnen, deed in de drie waterglazen stukjes ijs. Frits van Verduin vertelde over zijn reisje naar Djocjacarta; hij was er de gast geweest van den assistent-resident, 't Was een prachtig huis, gemeubeld als een paleisje. Spiegels tegen de wanden, roode satijnen portières en op marmeren consoles stonden bronzen beelden, pas uit Parijs gekomen. De assistent-resident had een zeer gefortuneerde vrouw getrouwd, maar leelijk... jullie kunt er je geen voorstelling van maken. Als je in de handen klapt, vliegt ze 'n klapperboom in, zoo zou je denken, want 't is net 'n apin!

Co en Henk lachten over Frits, die zat door te slaan.

„Hè", zei Coba, „heerlijk toch om zoo rijk te zijn, zoo'n soort Venetiaansch paleis te bewonen!"

„Maar ons paleis hier, temidden der koffielanden, is toch een véél grooter idylle, vrouwtje, zei Henk, den jongen wenkend lucifers voor de sigaretten aan te geven.

Ze haalde geërgerd even de schouders op.

„Ik houd nu eenmaal van schoonheid, van luxe en weelde, jij bent tevreden met een bamboe-huis in de kampong, geloof ik!"