is toegevoegd aan uw favorieten.

Het instinct der onsterfelijkheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

116

HET INSTINCT DER ONSTERFELIJKHEID

den, wilde naar boven gaan. Daar stonden bij die opening mannen met een woest en vurig uiterlijk, die op het hooren van dat brullend geluid de overigen ruw beetpakten en wegvoerden, doch Ardiaeus met enkele anderen gebonden aan handen en voeten, na hun een touw om den hals gedaan te hebben, op den grond wierpen en hun de huid afstroopten. Ze sleepten hen over den grond naar buiten en ontvleeschden hen over de doornachtige struiken. Aan ieder, die hen voorbijging, zeiden ze waarom zij zoo werden gestraft en dat ze werden weggevoerd om in den Tartarus te worden geworpen. Hoewel zij nu steeds in duizend angsten verkeeren, is dit verreweg hun grootste vrees, dat bij hun naar boven gaan het brullend geluid zich laat hooren. Daarom ondervinden ze al een groote vreugde, als die stem bij hun oprijzen zwijgt. Dat ongeveer was de aard en het karakter Van de straffen, waartegenover de volgende belooningen staan".x)

[In plaats van de verwachte beschrijving van de belooningen laat Plato nu volgen eene lange onduidelijke beschrijving van een lichtbundel, en van een „Klos der noodzakelijkheid", en van een ring die weder uit acht ringen van verschillende kleuren bestaat en die ronddraaien en geluid voortbrengen; en van de drie schikgodinnen die over 't lot van den mensch heerschen. De menschenzielen moeten naar die schikgodinnen gaan. En zielen die dat reeds be^ leefd hadden vertelden het aan Er. Later schijnt Er ook zelf bij die godinnen te zijn. De voorstelling is alles behalve duidelijk. — Van den tekst dien 'k nu hier verder laat volgen is de korte inhoud deze: Ieder mensch die weder op aarde komt heeft zijn eigen lot gekozen.]

Toen ze 2) aankwamen (zoo verhaalde Er verder), moesten ze terstond naar Lachesis 3) toegaan. Een heraut plaatste

1) Dit alles vertelt een man in de onderwereld aan Er.

a) Namelijk degenen die op het punt staan naar het gewone menschenleven-op-het aardoppervlak terug te keeren.

3) De schikgodin die het lot toedeelt. Grappig is echter op te merken, dat deze Lachesis het lot niet uitdeelt, maar de menschen het zelf uitkiezen. Ook Plato heeft zich niet uit de rnoeielijkheid van 't verband tusschen Noodwendigheid en Vrije-wil kunnen redden. Hij leert: Vrije-wil. Doch tevens een Lachesis! — Zie verder noot 5, bl. 119.